Tekstfragment 2

Met de Namouna komt Bennett op 10 februari 1883 aan in de baai van Villefranche-sur-Mer een klein stadje in de buurt van Nice aan de Franse Rivièra. Deze datum is bekend omdat een plaatselijke historicus een boek over James Gordon Bennet heeft geschreven dat zich volledig toelegt op de gangen van de Commodore aan de Côte d’Azur. André Cane is de geschiedschrijver van Beaulieu-sur-Mer, het dorp tussen Nice en Monaco, waar Bennett een villa koopt aan de voet van de Franse Alpen. Hij zal in deze Villa Namouna tot aan zijn dood in 1918 veel tijd doorbrengen, vooral in de winter, destijds het toeristenseizoen.
In 1883 doet hij mee aan de jaarlijkse zeilregatta voor de kust van Nice en verslaat hij de Thistle van zijn landgenoot de graaf van Hamilton, wiens zuster met koning Albert I van Monaco is getrouwd. Aan de Franse Rivièra is het Engelse en Amerikaanse toerisme sterk in opkomst. In Amerika had de aanleg van spoorlijnen en de uitvinding van het staal tot een economische boom geleid. Er ontstond een vermogende klasse die geen andere mogelijkheid zag dan het geld uit te geven op het oude continent, waar de meeste Amerikaanse families hun roots hadden. Na de aanleg van een spoorlijn langs de kust tussen Menton en Nice in de jaren zestig van de negentiende eeuw, worden hier hotels uit de grond gestampt. De Côte d’Azur met zijn casino’s, theehuizen en tennisbanen wordt in korte tijd een vakantiebestemming voor de rijken der aarde.
De kuuroorden van Europa waren al eerder door Bennett ontdekt als plaatsen waar nieuws te halen viel. In de tweede helft van de negentiende eeuw zijn er veel en omvangrijke Europese koningshuizen en het stikt van baronnen, hertogen, graven en gravinnen, wier poëtische dubbele namen de klank van intrige en suspense toevoegen aan een artikel. Zijn verslaggevers, meestal mensen in geldnood die op grond van geboorte of verdienste wel toegang hadden tot die kringen, hielden bij wie er met wie dineerde in Karlsbad, Baden-Baden, Bad Gastein, Aix-les-Bain, Saint-Moritz en al die andere plekken waar de vermogende klasse verkeerde. Deze plaatsen waren door hun luxe ook zeer aantrekkelijk voor Amerikaanse toeristen, zodat de hotels en restaurants graag in de New York Herald wilden adverteren.
Al met al ontstond er in de ogen van Bennett commerciële ruimte voor een Europese editie van de New York Herald. Waarschijnlijk heeft hij dit idee besproken met Sam Chamberlain, in wie hij veel vertrouwen had. Bennett gaf hem op dertigjarige leeftijd de leiding over de Evening Telegram en dacht dat hij zou uitgroeien tot de hoofdredacteur (stadsredacteur) van de New York Herald als opvolger van Flynn. Maar het liep anders. Chamberlain, een briljante journalist, zou bijna zijn hele leven werken voor de grootste concurrent van Bennett, William Randolph Hearst, over wie later meer. Wat erger was, Chamberlain richtte eerst een Franse krant op, Le Matin (1884), volledig gestoeld op de ideeën van Bennett en gefinancierd door John Mackay, die door Bennett aan hem was voorgesteld.