Tekstfragment 1

III

Senior vs Lincoln

Kinderen van dominante vaders ontwikkelen tegen de verdrukking in meestal sterke karakters. Voor James Gordon Bennett II is het niet eenvoudig geweest in de voetsporen van zijn vader te treden. Bennett sr. stond als journalist op eenzame hoogte. Samen met Horace Greely van de New York Tribune en de oprichter van de New York Times, Henry J. Raymond, staat Bennett sr. aan het begin van een tijdperk van massacommunicatie. De ‘sheet’ die hij in 1835 in zijn eentje vol schreef groeit in twee decennia uit tot een succesvol krantenbedrijf. Mede doordat de New York Herald een krant is ‘die een eerzame man eigenlijk niet zou moeten lezen’, haalt hij in 1860 de grootste oplage in New York met plusminus 77.000 exemplaren.
Bennett sr. is begonnen als journalist en zijn talent om het nieuws te duiden en in te kaderen vormt de kern van het succes. Hij heeft een hele scherpe pen en blinkt uit in compromisloze taal, zo noemt hij Abraham Lincoln ‘an uneducated man’, ‘a vulgar village politician’, ‘a imbecile railsplitter’, ‘a smutty joker’ en uiteindelijk zelfs ‘a traitor’. Niettemin stelt Lincoln alles in het werk om de gunst van Bennett te winnen. In de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 1864 heeft Lincoln hem zelfs de positie van ambassadeur in Parijs aangeboden.
De excellente wijze waarop James Gordon Bennett sr. in de New York Herald de moord op president Lincoln heeft verslagen, staat nog altijd te boek als een voorbeeld van gedegen, hoogstaande journalistiek. In mum van tijd had de Herald alle feiten over de dramatische gebeurtenis verzameld en de achtergrond van de daders uitgezocht. Hoewel Bennett sr. altijd reserves jegens Lincoln had gekoesterd, omdat hij het niet eens was met de afschaffing van de slavernij, richtte hij in de nacht van 14 april 1865 een monument op voor de vermoorde president. Jarenlang verschenen er herdrukken van deze krant. Tegenwoordig worden verzamelaars op het internet gewaarschuwd dat er van deze editie van de New York Herald uitzonderlijk veel vervalsingen in omloop zijn.
Bennett sr. begon met een startkapitaal van $500 in een kelder op nummer 20, Wall Street. Hij had 15 jaar ervaring in de journalistiek. Volgens het journalistieke geweten van de tweede helft van de negentiende eeuw Don C. Seitz was Bennett, toen hij nog voor de Courrier and Enquirer schreef, de eerste, echte politieke correspondent. Zijn levendige beschrijvingen van het politieke leven in Washington boden een totaal nieuwe kijk op de bestuurders van het land. ‘Een hoofdredacteur moet altijd naast de mensen staan, hij moet denken en voelen als gewone mensen en hij moet niet bang zijn. Dan zal hij altijd gelijk hebben, krachtig overkomen, geliefd zijn en onafhankelijk. De wereld heeft genoeg geleden onder praatjesmakers en opscheppers, wetgevers, notabelen en meer van dat slag. Dit is het journalistieke tijdperk, de meest intellectuele tijd ooit,’ aldus zijn adagium in 1835.
Bennett sr. had veel indruk gemaakt met zijn scherpe kritiek op de United States Bank. Ook toen bestond er al een breed gedeeld ongenoegen over de machinaties in de financiële wereld waar gewone mensen de dupe van worden.
De New York Herald werd de eerste krant met beursberichten. Drie jaar lang schreef Bennett sr. zelf het opiniërende artikel, de ‘money article’, boven het dagelijkse overzicht van de koersen op Wall Street. Enkele jaren voor hij stierf blikte hij terug in een tafelspeech: ‘Wij schreven de waarheid in het belang van iedereen en de waarheid over de beurs was in die dagen net zo weinig complimenteus als hij vandaag de dag zou zijn. Oorlog brak uit en van alle kanten werden wij aangevallen door mannen wiens kleine spelletjes wij hadden bedorven door het publiek te vertellen waar ze mee bezig waren. En het merkwaardigste van dit alles was, dat men ons aanviel onder het mom van een moreel gelijk.’